Als Analytisch therapeut werk ik vanuit het Jungiaans analytische concept,
waarbij de inzichten en theorieën op het gebied van de analytische werkwijze
vanaf Freud tot heden zijn geïntegreerd.
De analytische werkwijze, die haar ontstaan vindt bij Freud, is met de
toevoeging van het deel "dissociatie" (Janet) en de
inzichtvernieuwende theorie van Jung, geworden tot een therapievorm die niet
alleen ingezet kan worden voor de behandeling van symptomen, zoals dit gedaan
wordt bij de gedragsmatig / cognitieve therapieën, maar de mogelijkheid geeft
tot behandeling van uitingen van de zielsprocessen in de mens c.q.
persoonlijkheidsstoornissen. Hierdoor kan de Analytisch therapeut de cliënt
begeleiden in een proces dat niet alleen gericht is op het maatschappelijk
belang, maar tevens leidt tot een persoonlijke integratie c.q. individuatie.
Jung, als grondlegger van de analytische psychologie, heeft met zijn theorie
over het onbewuste de opening gemaakt naar het zichtbaar en begrijpelijk maken
van zielsprocessen door middel van de archetypische symboliek. Hierdoor worden
problemen aangaande levensprocessen of levensfasen meer inzichtelijk en beter
behandelbaar. Beperking tot de oude analytische werkwijze zou een verenging
betekenen en het gedachtegoed van Jung tekort doen. Jung zelf heeft in dat
verband aangegeven dat pas de generatie ná hem zijn werk zal
"verstaan".
Jung: "Ich kann es kaum
verschleiern, daß wir Psychotherapeuten eigentlich Philosophen oder
philosophische Ärzte sein sollten".
(Aufsätze zur Zeitgeschichte, Zürich 1946).